Maaike in Edinburgh

maandag, november 21, 2005

Schotten en bijgeloof

Zo onderhand begin ik steeds meer gewend te raken aan de gewoonten van de Schotten. Hoe fanatiek ook ze op hun doedelzakken spelen en hoe trots ook ze hun kilts dragen, verdacht veel van hun gedragingen lijken op die van hun gehate zuiderburen. Bij elke gelegenheid word je volgepropt met tea and biscuits, je kunt hier van A naar B gaan in dubbeldekkerbussen, men zegt bij elk wissewasje dankjewel of pardon en de Schotten drinken hun thee verschrikkelijk sterk. Zó sterk, dat je er als Nederlander, die gewend is aan slappe doorzichtige thee, niet onderuit komt deze met melk te drinken. In het begin weigerde ik mee te gaan in de belachelijke gewoonte de lekkere eigen smaak van thee te verpesten met een scheut melk, maar na talloze verhitte discussies met geschokte omstanders (“I beg your pardon? Did you just say you did not want any milk with your tea?!”) moet ik er langzamerhand aan geloven. Hoe de Britten ook beweren dat een wolkje melk in de thee het summum is van beschaving, zonder melk is het goedje gewoonweg ondrinkbaar! En verschrikkelijk, maar waar, ik begin het nog lekker te vinden ook.

Een andere rariteit van de Schotten is dat ze vreselijk bijgelovig zijn. Nergens in de hele stad is een zwarte kat te vinden en op straat zie je de mensen in een grote boog om een ladder heen lopen. Zelfs als die ladder over de hele breedte van de stoep opgesteld staat, zodat men de rijbaan op moet en riskeert geschept te worden door één van de voorbijrazende taxi’s, zal geen mens het in zijn hoofd halen onder de ladder door te wandelen. Een grote verkeerschaos is dan het gevolg.

Een ander mooi staaltje Schots bijgeloof is het spuwen voor geluk. In de stoep voor de St. Gile’s Cathedral is in rustieke kleuren een hart gemetseld. Het hart, iets meer dan een halve meter in doorsnede, glanst zacht als de zon erop schijnt. Dat heeft een reden. Dit stukje stoep wordt namelijk dag in, dag uit door elke voetganger die op de hoogte is van het gebruik, trouw in het voorbijgaan bespuwd. En dat zijn er heel wat, want de St. Gile’s Cathedral ligt aan de Royal Mile, de oudste en drukst bezochte straat van Edinburgh.

Op de plek waar nu the Heart of Midlothian ligt, zoals het metselwerkje genoemd wordt, stond vroeger de Tolbooth, de gevangenis van Edinburgh. Van heinde en ver werden misdadigers hierheen gebracht en gemarteld of ter dood veroordeeld. Uit sympathie voor deze arme drommels en uit minachting jegens de heersende autoriteiten, spoog men vroeger een kwakje speeksel tegen de ingang van de gevangenis. Na afbraak van het gebouw in 1817 werd deze gewoonte geprojecteerd op het hart, dat in het trottoir gemetseld werd ter nagedachtenis aan al die stakkers die hun laatste uren in deze gevangenis hebben doorgebracht. Spuwen in het hart zou ongeluk afweren en geluk in de liefde bevorderen.

Onder het mom ‘baat het niet, schaadt het niet’ mik ook ik tegenwoordig een klodder op het midden van het hart. Echter, in plaats van de welgemikte boog die de gemiddelde inwoner van Edinburgh weet te produceren, kom ik niet verder dan een ongericht geflutter. Maar ik leer en word steeds beter. Na een paar lessen van Steve, die ik aan het begin van het semester heb ontmoet, kan ik zelfs al op het midden richten!

En zo, al spuwend en thee met melk drinkend drinkend, raak ik steeds meer geïntegreerd in het leven in Schotland.